Artikel 13a Arbowet.
Artikel 13a van de Arbeidsomstandighedenwet regelt de verplichte aanstelling van een vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen. Sinds de wijziging van de Arbowet is elke werkgever in Nederland, ongeacht sector of omvang, gehouden om een vertrouwenspersoon aan te wijzen. De positie van de vertrouwenspersoon, diens taken en de onafhankelijkheid ten opzichte van de werkgever zijn in deze bepaling vastgelegd.
Deze pagina geeft een toegankelijke toelichting. Zij treedt niet in de plaats van de wettekst zelf en is geen juridisch advies. De officiële tekst van de Arbowet is te raadplegen op wetten.overheid.nl.
De werkgever moet ten minste één vertrouwenspersoon aanwijzen bij wie werknemers terecht kunnen voor advies, opvang en begeleiding in verband met ongewenst gedrag. Onder ongewenst gedrag vallen pesten, discriminatie, (seksuele) intimidatie en agressie of geweld in de werksfeer.
De vertrouwenspersoon kan intern of extern zijn aangesteld. Kleinere organisaties, en organisaties die onafhankelijkheid van hun werknemers willen borgen, kiezen in de praktijk vaak voor een externe vertrouwenspersoon.
De Arbowet omschrijft drie kerntaken van de vertrouwenspersoon:
- Het opvangen, begeleiden en adviseren van werknemers die te maken hebben met ongewenst gedrag.
- Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de werkgever en het medezeggenschapsorgaan over preventie en aanpak van ongewenst gedrag.
- Het jaarlijks uitbrengen van een geanonimiseerd verslag van de werkzaamheden.
De vertrouwenspersoon is gehouden tot geheimhouding over wat een melder deelt, behoudens uitzonderingen die de wet zelf benoemt (bijvoorbeeld een acuut gevaar voor leven of ernstig letsel).
De vertrouwenspersoon heeft een beschermde rechtspositie. Zij of hij mag niet worden benadeeld wegens de uitoefening van de functie. Voor externe vertrouwenspersonen geldt bovendien dat zij contractueel en feitelijk onafhankelijk moeten kunnen opereren ten opzichte van de werkgever.
Werkgevers moeten werknemers daadwerkelijk toegang tot de vertrouwenspersoon geven, hen informeren over wie dat is en hoe deze bereikbaar is, en de vertrouwenspersoon in staat stellen de taken naar behoren uit te oefenen — inclusief opleiding, bijscholing en de middelen die daarvoor nodig zijn.
De aanwijzing van de vertrouwenspersoon en de inhoud van de regeling ongewenst gedrag zijn instemmingsplichtig op grond van artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden. Werkgevers met een OR of personeelsvertegenwoordiging leggen het voorgenomen besluit dus eerst voor aan het medezeggenschapsorgaan.
De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt toezicht op naleving van de Arbowet. Bij geconstateerde overtredingen kan een waarschuwing, eis tot naleving of bestuurlijke boete volgen. In de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) moet aandacht besteed worden aan psychosociale arbeidsbelasting, waaronder ongewenste omgangsvormen; de aanwijzing van een vertrouwenspersoon is onderdeel van het bijbehorende plan van aanpak.
"De vertrouwenspersoon is er voor de werknemer.
Niet voor de organisatie.
Die scheiding is geen detail."
Onze vertrouwenspersonen zijn gecertificeerd volgens de landelijke LVV-standaard (Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen) en werken onafhankelijk van de werkgever. De werkgever ziet nooit gespreksinhoud; alleen geanonimiseerde metadata en het jaarverslag. Dat is geen platformkeuze maar een harde technische en contractuele grens.
Elke aansluiting gaat standaard met een OR-instemmingspakket: een voorbeeldbrief aan de OR, een klachtenregeling, en een aansluitovereenkomst die wij samen met uw jurist doornemen voordat er iets getekend wordt. Bij aansluiting krijgt u een wit-label subdomein zodat uw medewerkers de vertrouwenspersoon via uw eigen organisatie bereiken.